emoties, General blabla, Het dagelijks overleven

Het vraagstuk kinderen

Bij mij was het -ik ben ineens maar doodeerlijk- nooit een vraag van kinderen: ja of nee? Voluit ‘ja’, gevolgd door een ‘en liefst zo snel mogelijk!’. Mijn vader was 25 bij mijn geboorte, mijn moeder werd 25 twee weken na die geboorte. Mijn ouders zijn nog altijd jong om een dochter van 27 te hebben en ik vond en vind dat heel leuk, die jonge ouders.

Dat laatste gedeelte, van ‘en zo snel mogelijk’, heb ik ondertussen bijgesteld. Op mijn 25 had ik totaal niet het idee dat ik al gedaan had wat ik wou doen en voelde ik me ook nog niet volwassen genoeg om aan kinderen te beginnen. Kleine kanttekening: mocht ik zwanger geworden zijn (door een mirakel, maar kom) zou ik er wel heel blij mee geweest zijn. Vroeger dan gepland, maar zeker wel gewild. Ik ben nu wel heel blij dat we een huis hebben, dat we beide een stabiele job hebben met een goed inkomen en dat we toch al wat dingen hebben kunnen afvinken op ons ‘dingen die we willen doen voor we kinderen krijgen’-lijstje. Dat lijstje afwerken voor er kindervoetjes rondlopen in huis zal onmogelijk zijn, omdat dat lijstje altijd aangevuld wordt en ik voor ons een ‘deadline’ had ingesteld. Klinkt fout, maar heeft ons wel ademruimte gegeven: door naar Florida te gaan (waar de Zikamuggen aanwezig kunnen zijn) is er nog een half jaar gewoon wij twee, nadien gaan we proberen.

Ik ga er nu wel vlotjes over, maar na een relatie van 7 jaar waar we vanaf jaar 3 over de toekomst zijn beginnen babbelen weten we wat we aan elkaar hebben (mag wel, we zijn ondertussen getrouwd) en waar we allebei naartoe willen. Daar waar de wederhelft nog lijkbleek wegtrok als we dat eerste jaar over kinderen spraken was er door de jaren heen sprake van een echte evolutie. Het helpt dat vrienden van ons ook aan kinderen begonnen, zodat hij hier af en toe ook eens eentje in real life zag. Ik ben dan wel opgegroeid met drie jongere broer en zusjes, maar de wederhelft heeft enkel een tweelingzus en geen jongere neefjes of nichtjes. Baby’s maakten dus niet echt deel uit van zijn wereldbeeld. Verdere eerlijkheid: hij gaat ook pas écht geïnteresseerd zijn in onze kinderen eens die de drie jaar gepasseerd zijn, vermoedelijk. Misschien tweeëneenhalf. Ze moeten al een persoonlijkheid hebben en écht kunnen spelen; dan weet hij wat hij ermee kan doen en kunnen ze al met hem communiceren. Voordien vindt hij ze toch maar wat platjes.

Maar kinderen dus. Bij ons op de vrij directe agenda (wat toch een vreemd gevoel is), met een minimum van twee (want ééntje is geentje, naar ons gevoel). En dan liefst jongens, want de wederhelft is de enige die zijn familienaam nog kan doorgeven. No pressure boys. Als, als. Want daar knelt bij mij het schoentje, mentaal gezien: het loopt niet bij iedereen van een leien dakje. Vruchtbaarheid, ziektes, miskramen: ik ben daar wel bang voor. Nog net niet panisch, maar af en toe zit ik toch even vast in mijn hoofd. Je hoort zoveel verhalen en je wéét dat je je daar niet op moet vastpinnen, maar ik ga toch pas volledig zeker zijn op het moment dat ik die kleine in mijn armen heb. Ah, ouderschap. I’m looking forward to it 😉 Maar eerst nog even genieten van het duo-zijn!

Advertisements
Standard

One thought on “Het vraagstuk kinderen

  1. Mooi dat jullie allebei op dezelfde golflengte zitten. Het gaat inderdaad zeker niet overal vanzelf, maar ik hoop uiteraard dat het voor jullie een mooi parcours mag worden 🙂

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s