General blabla, Het dagelijks overleven, Organiseren kan je leren - levenslang in mijn geval, tips

De ochtendstond

Ik ben C. en ik heb moeite met opstaan. Dat is helaas niet altijd zo geweest, da’s alleen zo sinds de laatste vijf jaar. Sinds ik ben beginnen werken, laten we zeggen. En sinds ik op 10 minuten fietsen van mijn werk woon, dat ook. Vroeger woonde ik een kwartiertje buiten de stad, waar ik naar school ging, wat gelijk stond aan een half uur bussen of een half uur filerijden in de auto (de leien ‘s morgens vroeg, het is een plezier). Dat betekende dat ik dus vroeg moest opstaan, anders kwam ik niet op tijd aan en laat dat één van mijn grootste ergernissen zijn: mensen die niet op tijd komen. Ik vecht al mijn hele leven tegen de ouderlijke bierkaai op dit punt: zij komen bijna overal te laat toe en ik kom liefst vijf minuten te vroeg aan. Het toeval wil dat mijn allerliefste wederhelft hetzelfde probleem als mijn ouders heeft, dus met momenten loop ik vlak voor vertrek héél gefrustreerd rond. Bon. Niet de huidige situatie, dus terug naar het verhaal!

Ik was dus een goede opstaander door noodzaak. ‘s Ochtends de bus naar Antwerpen om 7h45: geen probleem. De bus naar Mechelen om een pijnlijke 6h30 of 6h45: een fluitje van een cent. Ik ben mijn liefste broertje regelmatig op de oprit tegengekomen terwijl hij thuiskwam van het feesten en ik naar een examen of les vertrok. Make of that what you will. Dat is dus grondig gewijzigd de laatste jaren. Pas op, er zijn uitzonderingen op de regel: wanneer we op vakantie vertrekken kan ik zonder probleem om 3h ‘s ochtends opstaan. Wekker gaat af en ik rol uit mijn bed, zelfs lichtjes goedgezind. De magie van het reizen, zo op zwart-wit gezet. Maar het opstaan om te gaan werken, da’s een ander paar mouwen.

Het zit zo dat ik dus écht maar 10 minuten moet fietsen van thuis naar het werk. Acht minuten als de lichten meezitten, elf als ze tegenzitten. Dat betekent dus ook dat de nood om vroeg op te staan volledig weg is, want ik heb nog geen kinderen die naar school of crèche moeten en ik ben toch op een wip en een draai op het werk. Waarom zou ik dan vroeger opstaan? Komt daarbij dat diezelfde allerliefste wederhelft om 6h45 of 7h in Brussel moet zijn, iedere ochtend. Zijn wekker gaat af om 5h30, ik word daar wakker van en maak hem wakker, ben dus zelf ook even uit mijn slaap gerukt, val nadien terug in (een diepe) slaap en geraak op het voor mij gewenste uur (6h30) absoluut niet mijn bed uit. Veel snoozen, de wekker gewoon uitzetten, het licht aansteken ‘maar nog twee minuutjes mijn ogen toehouden’ (werkt dat bij jullie even slecht als bij mij?), … Mijn bed is gewoon te comfortabel.

Ik heb besloten daar iets aan te doen. En in één keer ook wat extra quality time in te plannen met de hubby, want dat is soms op het randje van schrijnend. Zo’n huwelijksreis, het zou maandelijks moeten kunnen ingepland worden. Ik sta dus mee op. Boem, paukenslag: ik noemde mezelf zot. Ik heb het na drie weken dan ook al aangepast, wat had je gedacht: ik sta mee op als ik de vroege (om 8h beginnen) of de gewone (om 8h30 beginnen) heb. Begin ik om 9h, dan draai ik mij lekker om wanneer de wederhelft de deur achter zich toetrekt. Het is al misgelopen, bijvoorbeeld toen de wederhelft voor een vergadering al om 6h30 in Brussel moest zijn en zijn wekker nog wat vroeger afging. Dat lukte mij echt niet. Maar voor de rest lijkt het toch beter te gaan.

Mijn ochtendroutine, wanneer het lukt: ik dwing mijn lichaam gewoon die alerte houding die het krijgt wanneer de wekker afgaat te behouden én zwier mijn voeten richting pantoffels. Dat helpt al, maar dan ben ik er nog niet. Ik rep me dan richting badkamer om mijn tanden te poetsen, wat ervoor zorgt dat ik nog net ietsje wakkerder ben dan een minuut voordien. De kleerkast (en weerapp) wordt getrotseerd, er volgt een koffie (voor hem) en een chocomelk (voor mij) aan de ontbijttafel en wanneer die wederhelft dan daadwerkelijk vertrekt heb ik nog zeker anderhalf uur tot twee uur het huis voor mij alleen. Zo deed ik deze morgen bijvoorbeeld de strijk terwijl ik naar Pitch Perfect keek op de TV en stak ik de ochtend voordien de was in. Ook het schrijven van bedankingskaartjes lukt net iets beter op die manier, net zoals het uitkuisen van administratieve rompslomp. Af en toe smijt ik er ook nog een douche tussen, wanneer dat nodig is (de kleerkast wordt dan wat later getrotseerd).

Het is geen rozengeur en maneschijn, laten we daar duidelijk in zijn. Ik wil nog altijd veel liever in mijn bed liggen en het is absoluut niet een aangeboren talent om mijn bed uit te geraken. Ook vind ik soms dat ik wat té veel tijd over heb, maar dat wordt dan opgelost door een vuilzak in het afvalstraatje te deponeren. Of nog iets te naaien. Of gewoon in de zetel te ploffen en nog een kwartiertje naar een opgenomen programma te kijken. We zijn nog niet ver in het experiment, maar ik vind het tot nu toe nog niet zo slecht. En oh, die uitslaapmomenten (bij een late shift of tijdens een weekend waarin niets moet en alles mag) worden nog meer gekoesterd dan anders. Grote liefde. Het grootste voordeel is in mijn ogen dat ik ‘s avonds veel gemakkelijker van mezelf de zetel in mag ploffen, want ik heb ‘s ochtends al van alles gedaan. En ik moet me niet haasten om te ontbijten, ook een pluspunt.

Laten we zeggen dat vroeg(er) opstaan mijn voornemen voor 2017 is. 

Advertisements
Standard

One thought on “De ochtendstond

  1. Pingback: Ik 2.0: de geüpdatete versie | Wonder-wanderland

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s