Cultuur, L/literatuur, Reizen, emoties

#projectblogboek 15: maak een lijst van vijf boeken die je leven hebben veranderd

Oh, da’s een moeilijke. Echt, een moeilijke. Maar OK, we doen ons best.

Ik heb (zo gaat de familielegende) mezelf leren lezen. Mama en papa lazen altijd voor en wij keken dan mee op de pagina’s. Tegen dat ik in het tweede kleuterklasje zat, vroeg ik af en toe ‘welke letter is dat? En dat woord, hoe zeg je dat?’ en op een bepaald moment kon ik gewoon lezen. Voilà. Mijn ouders gelukkig, want sindsdien kroop ik heelder uren in hoekjes met boekjes en amuseerde ik mij zo geweldig goed op mijn eentje. Ik heb dus al wel wat boeken weten passeren, maar deze zijn toch altijd iets harder blijven hangen. Enjoy!

  • De gebroeders Leeuwenhart – Astrid Lindgren. Ik denk dat dit het eerste, wat serieuzere boek was dat ik uit de bibliotheek meenam, of toch het eerste dat ik mij herinner. Ik heb het tig keer ontleend en als/wanneer ik zelf kinderen heb wordt dit eentje in hun boekenkast. Geen keuze. Dit was het eerste boek waarbij ik me kan herinneren dat ik zo enorm hard meeleefde met de personages. Zo’n hartjes voor Kruimel, echt waar. Hartjes, hartjes, hartjes.
  • Hogfather – Terry Pratchett. Diezelfde bibliotheek (shout out naar de bieb van Aartselaar die ik nog altijd mis eigelijk) leerde mij ook Terry Pratchett, grote held, kennen. De kleurrijke kaften trokken mij aan, de verhalen en humor lieten mij steeds nieuwe boeken uit de rekken trekken. Ik vind vooral zijn Diskworld-serie geweldig, van zijn kinderboeken over Tiffany (die niet echt als kinderboek gelden in mijn hoofd, maar kom) tot zijn focus op Ankh-Morpork (met speciale liefde voor de politie en dictator daar) en de fascinatie met heksen en tovenaars. Hij slaagde (helaas, de grote held is een paar jaar geleden overleden) er op fenomenale wijze in om dingen die wij nu meemaken (de filmwereld, (r)evolutie in transport en communicatie) te vertalen naar een fictiewereld en ons met onszelf te laten lachen. Wat zeg ik, schaterlachen.
  • Key of Light – Nora Roberts/Naked in Death – JD Robb. Ik moet eerlijk zijn, ik weet niet meer welk boek ik als eerste van de onontkombare Nora Roberts heb gelezen (uiteraard via de bieb leren kennen). Ik heb al lofzangen afgestoken over haar fenomenale schrijftalent, maar zij is de schrijfster waar ik echt waar élk boek van pre-order. Ik tel af tot 5 december wanneer een nieuwe trilogie uitkomt in een voor haar volledig nieuwe vertelomgeving. Ik overdrijf niet (echt waar, niet) als ik zeg dat ik minstens 80 boeken van haar in mijn bezit heb. Zeggen dat ik een fan ben is misschien een beetje licht uitgedrukt.
  • Father Frank – Paul Burke. Ook weer in de bibliotheek ontdekt en nadien zelfs van de bieb overgekocht (voor de luttele prijs van €1, terwijl ik het boek toen ook al een keer of vijf had uitgeleend). Het kan stom overkomen, maar dit boek heeft me doen inzien dat 1. de job als pastoor niet gemakkelijk is, vooral als je wat logisch nadenkt met momenten en 2. als je je job graag en passioneel doet, je echt wel ver kan geraken.
  • Eender welk boek van Bill Bryson. Als ik ooit door iemand ben aangestoken om te beginnen rondreizen en te wandelen tijdens die reizen, dan is het wel door deze man. Zijn reisverhalen en geweldige anekdotes zorgden ervoor dat Engeland steeds hoger op mijn reislijstje kwam en hopelijk lukt het om binnen twee jaar een week of twee, drie daar door te brengen. (Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ook Father Frank van hierboven daarbij geholpen heeft)

#projectblogboek werd geïnspireerd door het Blogboek van Kelly Deriemaeker (van Tales from the Crib). Allen daarheen! 

 

Advertisements
Standard
Cultuur, emoties, Entertainment in het algemeen, Eten, Film, Het dagelijks overleven, Muziek, Sport

Watskeburt: december

De laatste van het jaar. Gah. Maar ik hou mijn mond over maanden en jaren die snel passeren. Ze passeren toch.

Wat heeft de maand december voor ons in petto?

  • De maand start fantastisch met het opsnuiven van kerstsfeer in Disneyland Paris. Kan niet missen. Die kerstcadeaus kopen zichzelf toch niet zeker?
  • Er wordt hard gerepeteerd, want zowel de wederhelft als ik zingen kerstconcerten deze maand. Ik heb zelfs een kleine solo (en een mengeling van hoera! en aaaaaaah! qua emoties hierdoor ;-))
  • Ik trek naar het Sportpaleis om Samson en zijn Gertje te gaan bewonderen
  • Mijn jongste zus geeft een concert in Gent met het GUHO
  • Er komen vrienden bij ons eten x 2: één keer ‘s avonds, één keer brunch
  • We zetten de kerstboom in het weekend na Sinterklaas
  • Ik ga met mijn ouders naar een concert voor Europalia én een kerstconcert
  • Ik ga met dezelfde ex-collega waarmee ik naar Samson & Gert ga ook naar Mozart: The Musical (en voordien sushi eten met haar en de huidige collega’s)
  • Naar het schijnt is er een Star Wars-film die uitkomt. Heb ik al gemeld dat er een overenthousiaste wederhelft in huis rondloopt die ook een Star Wars-adventskalender heeft?
  • Er is ook nog een kerstconcert van een goede vriend van ons.
  • In het kader van Music for Life wordt er een Warmathon georganiseerd in Antwerpen waarvoor ik mij ingeschreven heb samen met de buren.
  • En 3 kerstfeesten.
  • En 3 nieuwjaarsfeesten.

Als ik meld dat ik de eerste week van januari verlof heb genomen, dan vergeven jullie mij dat toch he? Het belooft een warme, enthousiaste en muzikale maand te worden.

Standard
emoties, General blabla

Emoties op het werk

Ik heb al vaak geschreven over het feit dat wij als collega’s zo goed aan elkaar hangen. Dat is ook zo, getuigen daarvan zijn de sushi-avondjes, Singstar-dates en weekendjes Londen die onder andere gepland worden (er zijn ook plannen om eens een Srprs.me weekendje op poten te zetten voor de leut; we doen ons best). Ik ben ondertussen ook al oud en wijs genoeg om te weten dat aan relaties (en dan heb ik het over het brede begrip ‘relaties’, niet over liefde of zo) regelmatig wel eens iets wijzigt. Zo ook bij ons nu.

Het merendeel van de collega’s hangt nog steeds goed aaneen, maar met één collega hapert er iets. Klinkt grof, maar het klikt gewoon niet meer zo goed: door omstandigheden werkt die collega maar 16 uur op een 40-urenregime. Dat is zo gegroeid, wij zijn daarvan op de hoogte en hebben daar in se geen problemen mee. Waar we wél problemen mee hebben is dat die collega nu al meer dan een maand thuiszit (want ‘het gaat niet meer’ – wij als voltijds werkenden denken dan ‘hmmmm’) en ons af en toe een mailtje stuurt. Die mailtjes worden op de slechtst mogelijke momenten gestuurd: zo kregen we bijvoorbeeld een mailtje na de grote release die volledig fout verliep (met superveel werkdruk tot gevolg voor ons) waarin er gemeld werd ‘dat het goed was dat ik thuis zat; als ik al die mailtjes zie passeren word ik gewoon al moe bij het zien’. Dat komt niet echt collegiaal over.

Ook mailtjes over wat er allemaal tijdens die afwezigheid gedaan wordt bereiken ons: eerlijk, ik erger mij vooral aan meldingen over hoeveel dutjes er gedaan werden, hoeveel boeken er al gelezen werden en meer van dat leuks. Ik vermoed dat de collega in kwestie ons zo op de hoogte wil houden van hoe hard het allemaal niet meer ging, maar dit lijkt mij gewoon slechte communicatie. Je kan er ook niet echt iets op zeggen, want boertig overkomen is mijn doel nu ook weer niet. Het grote nadeel (buiten het feit dat we nu met iemand minder het werk moeten verzetten) is dat we écht wel vervreemden van die collega. Op het trouwfeest van een andere collega zaterdag was iedereen aanwezig, maar ik moet toegeven dat ik niet veel zin had om met die ene collega te spreken en die dus ook ontweken heb. Volledig eerlijk: de goesting om te spreken over hoe het met hen ging ontbrak volledig.

Ondertussen betrap ik er mij op dat ik mentaal geen rekening meer met hen hou: wanneer er wijzigingen aan de infrastructuur gebeuren, denk ik er niet aan om die lege bureau ook te consulteren of erbij te betrekken. Mijn grote vraag: ben ik nu fout bezig of is dat normaal?

Standard
emoties, Het dagelijks overleven, Organiseren kan je leren - levenslang in mijn geval, tips

You need a budget – de revelatie

Uiteraard komt deze tip (pro-tip voor mij zelfs) van Kelly van Tales from the Crib. Uiteraard. Ik ga me er toch bij moeten neerleggen dat die te goeie tips heeft en dit is zelfs een tip die ze jaren geleden (in april van 2015, om helemaal juist te zijn) gaf: de app en website YNAB – You Need A Budget.

Ik heb het al een paar keer aangehaald in aanloop naar De Trouw en de aankoop van Het Huis en gewoon in het algemeen (mentaal al minstens vijfduizend keer met de reis naar de Westkust), maar ik zit nogal gemakkelijk in met de financiële kant van de zaak. Heb ik van mijn papa en hoewel dat niet de simpelste erfenis is, is het wel één die er hopelijk voor gaat zorgen dat ik er met de jaren gemakkelijker mee om ga kunnen gaan. Momenteel betekent het helaas gewoon regelmatig wakker liggen (jawel) van geldzorgen die niet eens zorgen zijn, maar gewoon vragen zoals ‘gaan we die kost van dat tuinhuis kunnen incalculeren?’, ‘moeten we meer geld van onze eigen rekeningen op de gemeenschappelijke rekening zetten?’ en ‘f*ck, skireis is superduur’. OK, die laatste is geen vraag, maar wekt wel vragen op zoals ‘hoe gaan we dat betalen?’. De wederhelft heeft daar geen problemen mee, met die gedachtegang – ik weet soms zelfs niet of die gedachtegang bij hem wel speelt. Hij heeft ook een ander budget dan ik en hoewel dat dat eigenlijk ons gemeenschappelijk budget is (getrouwd zijn heeft zo zijn voordelen), wil ik wel het gevoel hebben dat ik evenveel inbreng. Wat ik niet doe, want mijn loon ligt veel lager. *en adem*

Maar dus, mijn revelatie: YNAB. Momenteel zelfs met 2 gratis testmaanden (en de helpdesk – die overigens gigantisch snel antwoordt – heeft mij die tweede maand ook gegeven, want ik had eigenlijk maar recht op één maand; thank you!) om het allemaal eens te bekijken en of het jou ligt. Ik kan melden dat het mij momenteel in ieder geval geweldig goed ligt. Het geeft me zelfs écht mentale rust en daar wil ik perfect $60 per jaar voor betalen. Het principe is vrij simpel (Kelly gaat een online cursus aanbieden voor wie expert info heeft; die doet al jaren, ik ben nog maar een kleine week enthousiast gebruiker): je geeft iedere eurocent in je bezit een doel. Dat betekent voor mij dan ook wanneer ik geld van een bepaalde categorie te veel uitgeef, dat ik dat bij een andere categorie moet gaan wegnemen om het uit te balanceren en ik kan zeggen: dat pikt. Weten dat je geld voor een kerstcadeautje weghaalt bij het budget voor (ik zeg maar iets) een reis naar Italië: ik denk toch een paar keer na voor ik iets uitgeef (zeg ik nu, wie weet wat dat binnen twee weken geeft).

Zoals het bujo (dat doe ik trouwens ook nog altijd) vermoed/hoop ik dat dit weer één van die keigoeie tips van Kelly gaat zijn. Ik heb mij uiteraard ook al ingeschreven voor die cursus, wat had je gedacht? En wie weet hoeveel (financiële) stress ik hopelijk ontloop de komende tijd. Mannekes, dat zou toch geweldig zijn.

 

Standard
emoties, General blabla

#projectblogboek 13: geef iemand ongevraagd advies

Beste stadsbestuur van Antwerpen,

Ik ben sinds een kleine week al vijf jaar trots officiële inwoner van deze prachtige stad. Jawel, Facebook moest me eraan herinneren, maar dat neemt niet weg dat ik hier heel graag woon. Zo graag zelfs dat ik hier samen met mijn echtgenoot een huis kocht waar we voldoende ruimte hebben om kinderen groot te kunnen brengen. Je ziet, ik ben gemotiveerd om anderen te overtuigen van de pracht, praal en practiciteit van het wonen in ‘t Stad. Er zijn echter wel wat verbeterpunten vrees ik. Geen nood, ik sluit deze blog af met voordelen ook, maar zie het eerste gedeelte vooral als opbouwende kritiek.

  1. Politiek is allemaal goed en wel, maar het belangrijkste als een stadsbestuur lijkt mij het verbeteren van de stad waarover jullie besturen en niet het promoten van de eigen politieke agenda als die alleen maar dingen verergerd in diezelfde stad. Zoals daar zijn: het opnieuw promoten van Koning Auto (Antwerpen tramstad, ammehoela om het even op z’n Nederlands te zeggen). Sinds de knip is het van kwaad naar erger gegaan, vrees ik. Hoe vaak ik collega’s niet hoor zeggen dat Antwerpen binnengeraken met de auto (van eender welke richting) ‘s ochtends onmogelijk is: ontelbare keren. Toegegeven, zelf merk ik daar niet zo veel van aangezien ik met de fiets naar het werk bol, maar toch: positieve promo kan je het bezwaarlijk noemen.
  2. Over dat fietsen gesproken: het kwam al regelmatig in het nieuws, maar dames en heren: het is abominabel. Betere fietspaden, meer fietsveiligheid en graag ook wat meer prioriteit voor diezelfde fietsers (en voetgangers) alstublieft. Het voetvolk en pendelend personeel zal u dankbaar zijn.
  3. Verbetering van algehele leefstructuur zou ook mogen. Ik kan niet zeggen of dit nog altijd zo is, maar ik ben mij nu al in grote stress aan het denken bij het idee dat ik ooit een crèche zal moeten zoeken voor mijn niet-bestaande nakomeling en dat ik én geen plaats ga hebben én mij blauw ga betalen. Wie weet is dat ondertussen anders (hoewel mijn collega’s mij bezweren van niet, boe), maar het lijkt wel een probleem van steden te zijn. Misschien een plan om daar eens pionier in te spelen en het structureel voor Antwerpen op te lossen?

Zoals in het begin van de post al werd aangehaald: ik ben ook een grote fan van Antwerpen. Mijn lieve wederhelft is hier met geen stokken weg te krijgen, dus om onze relatie een overlevingskans te geven heb ik vijf jaar geleden toegezegd om samen te gaan wonen in ‘t Stad. Groot was mijn verbazing toen bleek dat ik dat eigenlijk geweldig vond. Waarom? Daar zijn ook een hoop redenen voor:

  1. De culturele en gastronomische cultuur is fenomenaal. Ik stap mijn fiets op en sta op maximum een half uurtje overal waar ik zijn wil, of dat nu gaat om een tweesterrenrestaurant of een waanzinnig museum.
  2. De winkeliers in Antwerpen zijn er van op de hoogte dat mensen vaak tot 18h moeten werken. Dat betekent dat de Colruyt achter mijn hoek standaard open is tot 20h (en op vrijdag zelfs tot 21h), dat de grote Delhaize wat verderop gelijkaardige uren heeft en dat er minstens drie winkels (opnieuw binnen een bereik van twee kilometer, allemaal te voet doenbaar) open zijn op zondagvoormiddag. Dat betekent dat ik mogelijkheden heb om zelf nog inkopen te gaan doen ‘s avonds als ik daar ‘s middags (of een paar dagen voordien) geen tijd voor heb gehad én dat ik mij daar niet dubbel voor moet plooien. Hartjes Antwerpen, dikke vette hartjes.
  3. Ik knijp me regelmatig nog in mijn arm of betrap mezelf op een gigantische glimlach: ik woon hier gewoon graag. Ik heb een geweldig huis (akkoord, nogal héél duur, mat dat nemen we erbij) met een tuintje, een verkeersluwe straat en een woon-werkverkeer dat fenomenaal zalig is door de korte afstand. ‘s Winters geraken we vlotjes bij de kerstmarkt, in de zomer zijn er tal van eet-, drink- en andere leuke festijnen in de buurt. Alles is gemakkelijk bereikbaar én lang aanwezig. Antwerpen, er kan aan gesleuteld worden, maar het begin zit al goed.
Standard
emoties, Het dagelijks overleven

Verkeer in Antwerpen

We komen de laatste weken nogal in de media. Niet op positieve wijze, helaas, maar omdat er op drie weken tijd drie mensen in het fietsverkeer overleden. Herlees die zin even. Drie mensen overleden in het fietsverkeer in Antwerpen. Niet in Indonesië of Egypte, waar de mensen gelijk zotten rondrijden, maar in België. Terwijl ze onderweg waren van of naar het werk, van of naar de hobby.

Ik vind dat hallucinant. Schrijnend. Beangstigend, want in dat verkeer fiets ik dagelijks rond. Het verbaast me helaas ook niet, want ik zie wel wat passeren dagelijks. Fouten van gemotoriseerd vervoer zoals auto’s, trams en bestelwagens, maar ook fouten van dat zwakkere verkeer zoals fietsers. Kleine dingen zoals geen ruimte laten voor kruisend verkeer op kruispunten (voornamelijk bij fietsers, maar ook bij auto’s), grote dingen zoals enkel afgaan op het groen licht dat voor jou verschijnt en niet rond je kijken voor je vertrekt.

Het zal aan mij liggen, maar ik snap niet dat je niet uitkijkt in het verkeer. Als fietser kon ik mij vroeger eens kwaad maken op automobilisten die mijns inziens écht wel gevaarlijk reden, maar na het halen van mijn rijbewijs kan ik melden dat ook fietsers het zonder problemen ook bont kunnen maken. Ouders die door het rood licht fietsen en hun kind (ongeveer acht jaar) aanmoedigen om hetzelfde te doen, terwijl het kind luidkeels ‘mama, maar dat mag toch niet, het is een rood licht!’ roept. Tieners die zonder licht rondfietsen in de schemerdonker (of wanneer het al volkomen donker is, dat ook). Mensen die op de fiets de Leien oversteken en uiteraard NIET op de voorbehouden strook fietsen maar diagonaal de rijbanen passeren. Het kan allemaal.

Ik word daar bang van. Bang dat ik eens onder een auto of truck zal belanden, bang dat een fietser ooit eens onder mijn banden geraakt, bang dat iemand waar ik van hou eens niet zal opletten en er niet goed vanaf komt.

Standard
emoties, Het dagelijks overleven

Wakker geschud

Ik ben een gewoontedier. Getuige mijn ontbijt, mijn vreemde telgewoontes wanneer ik naar het werk fiets, mijn Bujo die gigantisch veel lijstjes telt want lijstjes zijn leuk. Dit gewoontedier werd vorige week echter fel wakker geschud en wel door een toevallige post op Facebook.

Jaja, Facebook. Redder tijdens verveelde momenten, entertainer des gapende busgebruikers, wakkerschudder van gewoontedieren. Ik zag een vacature die gedeeld werd door iemand die ik van lang geleden kende, klikte die open uit nieuwsgierigheid (hoe gaat dat? Toch meestal zo?) en ben een half uur blijven staren naar die vacature. Ieder lijntje, ieder puntje, iedere vraag resoneerde zo fel met wat ik niet wist dat ik zocht in een job dat ik twaalf uur later de adrenaline nog door mijn lijf voelde zinderen. Klinkt overdreven, maar zo voelde het wel. Het zal niet verbazen dat ik nog geen 24 uur na het lezen van de vacature een sollicitatie instuurde (waar nog geen reactie op kwam, trouwens).

Ik snapte mijn reactie niet helemaal: ik ben gelukkig momenteel. Ik heb een vast contract, een job waar ik de laatste drie jaar stelselmatig meer en meer van af weet, een geweldig team aan collega’s waar ik regelmatig na de uren mee afspreek, een loon dat ik nodig heb om mijn lening af te betalen. Ok, dat laatste puntje is saai, maar wel vrij noodzakelijk voor mijn mentale rust. Dat allemaal op de helling zetten voor een job, is dat niet onnozel?

Misschien. Misschien ook niet. Zo lang ik mij kan herinneren heb ik nooit geweten wat ik wou worden. Je kent dat wel, die klassieke vraag: wat wil jij later worden? Ik zei altijd mama (waarop er meestal wel ‘oooooh’ volgde). Nadien volgde leerkracht, schrijfster, actrice, zangeres, kokkin, reiziger, huisvrouw, boekenwinkeluitbaatster en nog veel meer: ik wist het gewoon niet. Eerlijk? Ik weet het nog altijd niet. Ik ben niet ’s ochtends wakker geworden met het idee ‘ik wil helpdeskmedewerker worden’. Wél met ‘ik wil nuttig zijn, ik wil mensen helpen’. Dat betekent een job waarin je mensen helpt (check) en je je nuttig voelt (meestal check). En de ideale job, die bestaat niet. Net zoals ik al jaren aan het zoeken ben naar mijn niche binnen de jobwereld, maar het eigenlijk al opgegeven had.

Tot die vacature dus. Sindsdien heb ik voor- en nadelen afgewogen (die fantastische job, daar reageren ze dus niet op mijn sollicitatie en ik zou dagelijks naar Leuven moeten. Lastig. Niet onoverkomelijk, maar zeker niet verkiesbaar boven een gelijkaardige job in Antwerpen. Mijn huidige niet-droomjob: fantastische collega’s die ik met veel moeite zou kunnen missen, maar wel veel frustratie door slechte communicatie tussen management en field). Vraag ik me af of ik me niet moet herscholen, ergens nog wat uurtjes vrijduwen om toch meer kans te maken op die droomjob. Denk ik: wil ik niet te veel? En gelukkig zijn én een droomjob én een droomhuis én ook nog reizen. En, en, en.

Het leven wordt er precies niet simpeler op. Maar stiekem ben ik toch aan het draaien naar een richting waarin ik een andere job voor ogen heb.

Standard