General blabla, L/literatuur, TV, Entertainment in het algemeen, Muziek, emoties

As we speak

  • lezen in: blogs. Herlezen van blogs ook (ik ben er zo één ja, moet ik mij daarvoor schamen? Nee, dat zorgt voor goede statistieken voor lieve bloggers). Feelings (ik heb momenteel een abonnement voor een half jaar met dank aan een Bongobon). Dikke boeken met titels die ik niet kan onthouden (het gaat hier over Een klein leven van Hanya Yanagihara, het blijft duidelijk niet hangen na die eerste vijftig pagina’s).
  • kijken naarDie Huis (jup, ik kijk nog steeds graag binnen in het leven van bekende mensen), Youtubefilmpjes met mooie muziek en/of schattige beestjes. The Green Mile (de eerste keer dat ik die zag, hoe schandalig is dat?).
  • nadenken over: het werk, het koor, de work-life balans, hoe zot het is dat Trump president is in het échte Amerika in de échte wereld, klimaatopwarming, afbetalingen van leningen. Het lichte denkwerk, quoi.
  • uitkijken naar: kerstmis. Serieus: ik wil kerstmis. Sneeuw. Regendagen waarbij ik niet voorbij mijn voordeur moet. Rustigere momenten op het werk. Vakantie in 2018.
  • luisteren naar: Bart Peeters met zijn nieuwste kindje Brood voor morgenvroeg (eerste luisterpoging: mwah. Tweede luisterpoging: ow, echt wel een aantal mooie teksten en liedjes), The Book of MormonBeauty and the Beast (soundtrack van de versie van 2017), Rent, het Requiem van Mozart.
  • genieten van: herinneringen aan een jaar geleden, lekkere cheesecake die ik zelf niet gemaakt heb, warme groentensoep die ik wel zelf gemaakt heb, verse frietjes van de schoonvader, een Indian summer die ervoor zorgt dat België even weer gelukkig lijkt, mooie muziekakkoorden.
  • zoeken naar: innerlijke rust. Laat dat even het belangrijkste zijn.
Advertisements
Standard
emoties, General blabla

The most wonderful time of the year

Hier werd ik deze morgen gelukkig van:

  • Mijn fleece voor mijn regenjas terugvinden en die daarin hangen
  • Mijn nieuwe handschoenen (meegenomen uit California waar het prachtig weer was – oeps?) aandoen
  • De bottines en botjes bovenhalen
  • Mentaal beslissen welke thee ik als eerste ga maken eens ik op het werk ben aangekomen
  • Discussies voeren met mezelf of het al tijd is voor warme chocomelk
  • Warmere pyjama’s bovenhalen
  • Een lijstje maken met dingen die ik wil maken tijdens de koudere periode van het jaar (zowel zoet als zout)
  • Een baasje met hond op een zebrapad zien oversteken en moeten lachen omdat die hond zo enthousiast richting zijn baasje sprong met iedere stap (het was een Lassie, dus de haren flopten op en neer)

Dat laatste puntje past niet echt in het rijtje, maar voor de rest ben ik eigenlijk gewoon gelukkig dat de herfst weer in het land is. En dat ik nog wat vakantiedagen gepland heb om zalig niks te doen, dat ook.

Standard
emoties, General blabla

#projectblogboek 7: deel een gênant verhaal

Oef. Zo heb ik er wel een aantal: zoals die keer toen mijn broek op de fiets gescheurd bleek te zijn (twee weken geleden, en het was verdorie zelfs mijn lievelingszomerbroek), die keer dat mijn broek gescheurd bleek te zijn op het werk (halverwege de dag, net na de middag ontdekt zodat ik uiteraard niet meer naar huis kon om snel een nieuwe aan te doen), die keer dat mijn overheerlijke en gigantisch gehypete chocomousse meer soep was dan chocomousse, …

Ik ga er trouwens van uit dat het mijn gênant verhaal moet zijn. Misschien moet ik maar één van de wederhelft vertellen 😉 Nee, kom, braaf zijn: mijn gênant verhaal. Gather ’round kids, let me tell you a story!

Het is niet echt een gênant verhaal (ik kom niet onmiddellijk op zo’n verhaal), maar wel een verhaal dat mijn naïviteit benadrukt. En ja, ik ben heel naïef. Zo erg dat ik zelfs niet doorhad dat… Maar wacht, het verhaal.

We schrijven eind september 2015. Ik spreek af met een ex-collega om te gaan lunchen (handig, op een kilometer van je vorige job gaan werken) en het gespreksonderwerp valt op trouwen en mijn gebrek aan aanzoek. Op dat moment zijn de wederhelft en ik zes jaar samen en weet God en klein Pierke dat ik dat al lang tijd vind voor dat aanzoek. Ik zeg, met de naïviteit die echt wel mijn handelsmerk aan het worden is: het zal niet voor dit jaar zijn. Maar hé, eigenlijk is dat zelfs niet zo erg: ‘t is niet dat we daardoor uit elkaar zouden gaan of zo. My time will come!

Die zaterdag heeft de wederhelft een koordag (en misschien nog wat werk af te werken) en blijf ik rustig thuis. Ik bel mijn mama op, want we moesten nog wat concreet afspreken voor een etentje. Tijdens het telefoontje hoor ik mijn mama plots zeggen ‘Hoezo, F. (de wederhelft) is hier?’ Ik denk: he, die ging toch naar Mortsel en Brussel? Wat doet die dan daar? Gevolgd door mijn mama die zegt: ‘ahnee, papa denkt dat hij zijn auto gezien heeft, maar ‘t zal een andere grijze auto zijn’. Beste lezers, ik geloofde haar. Erger nog: nadien vertelde ik erover aan de wederhelft en zei ik lachend: ik dacht al even dat je mijn papa’s zegen voor een aanzoek was gaan vragen. Reactie van de wederhelft: Zot, dat heb ik niet nodig.

De week daarop trekken wij (de wederhelft en ik, mijn schoonzus en hun nicht) naar Disneyland Parijs, ons quasi-buitenverblijf. De avond voordien gaan we eten bij mijn schoonvader en fietsen we terug naar huis. Halverwege (ter hoogte van het stadspark) vraagt de wederhelft aan mij of ik zijn GSM bij heb. Ik zeg nee, hij zegt ‘lap, we moeten terug, die ligt daar nog’. Ik denk: zot, ik fiets gewoon verder, daar heb je mij niet voor nodig.

In Disneyland zelf lopen we gelukkig te wezen wanneer de wederhelft rond 16h opmerkt dat hij toch graag naar het hotel zou terug willen keren om te zien of alle bagage op de kamer gezet werd (we hadden een zalige korting op hét Disneyland Hotel kunnen bekomen, waar ze je auto wegzetten en je bagage op de kamer zetten wanneer die klaar is, zodat je zelf onmiddellijk het park kan induiken). Ik denk: dat doen we straks wel, eerst een trui voor de schoonzus zoeken (want we zijn daar tenslotte met vier), waarop de schoonzus: hij gaat toch gaan en straks is hij die sleutel van de kamer kwijt. Ga maar mee!

In de kamer begin ik enthousiast de bagage te tellen. Ik draai mij om om vriendelijk I told you so te zeggen aan de wederhelft (die vertrouwde het zo niet), wanneer blijkt dat die op zijn knieën voor mijn neus zit. En dat ik misschien toch eens moest beginnen opletten.

Wat bleek: tijdens die koordag was de wederhelft samen met mijn schoonzus, mijn jongste zus en zijn quasi-mama mijn verlovingsring gaan kiezen. Hij was nadien daadwerkelijk langs mijn ouderlijk huis gegaan om te melden dat hij mij ten huwelijk ging vragen. Die GSM die hij vergeten was? Had hij opzettelijk achtergelaten, zodat hij en privé aan zijn papa kon zeggen dat hij mij ten huwelijk ging vragen. Die schoonzus die mij richting hotel duwde? Die zat even hard op hete kolen als de wederhelft om die ring uit zijn rugzak te krijgen.

Verhaal kort gemaakt: nee, ik heb daar dus echtig-int-echtig niks van gemerkt. Ik vond het wel goed zo: het was een totale verrassing. Dus niet echt een gênant verhaal, maar wel een ‘had jij dat nu écht niet door?!?’-verhaal.

Veel andere gênante (en een pak meer minder gênante verhalen) vind je terug bij Kelly, de schrijfster van het Blogboek waar ik dit #projectblogboek rond doe.

Standard
emoties, Het dagelijks overleven

1 september

Ik vond de eerste september eigenlijk altijd geweldig. Ik weet het, ik ben een rare soms. Maar toch: allemaal nieuw gerief in mijn boekentas/rugzak, nieuwe leerkrachten om te leren kennen (zo was ik er ook eentje), na twee maanden thuis zitten en mij met momenten me gigantisch vervelen eindelijk terug structuur. Hartjes in mijn ogen.

Ook wel stress, voornamelijk in het middelbaar. De school waar ik naartoe ging was een hoog aangeschreven school met een reputatie, waardoor er veel chique volk naar daar ging. Het resultaat was dat de schone schijn heel belangrijk was: de verhalen over vakanties waren net dat tikje meer over the top en de garderobe bleek ook heel belangrijk: had je de coolste accessoires niet, deed je eigenlijk niet mee. Wij waren met vier thuis, waarvan ik de oudste was, dus ik kreeg dat coolste accessoire een maand of twee later in de Aldi-versie. Niet helemaal de bedoeling, maar kom: we hebben het overleefd.

Eén september heeft voor mij vooral die magische schijn van ‘een nieuw begin’. Nieuwe voornemens, doelen, het idee dat het oude achter je ligt en dat je opnieuw iets kan proberen doen. Eén januari, maar dan met beter weer (hopelijk). Dit jaar is die eerste september nog toffer omdat we op vakantie vertrekken binnen twee dagen, maar het punt blijft wel: ik heb weer goede voornemens gemaakt. Dat past, bij het begin van een nieuw (school)jaar. Om melig te doen: we zitten toch allemaal op de school des levens? (dat laatste werd trouwens met een dikke knipoog getypt)

 

Standard
emoties, Het dagelijks overleven, tips

Always look on the bright side

Ik heb dipjes. Momenten dat ik liefst die laptop tegen de muur gooi, mijn hoofd onder lakens en kussens wil steken, mijn bed terug in wil voor de komende 24 uur en gewoon niet geconfronteerd wil worden met de mensheid. Wie heeft die niet? Ik heb wel een aantal trucjes om het voor mezelf op zo’n momenten behapbaarder te maken. Geen wonderlapmiddeltjes, maar manieren waarop ik mijn hersenen via kleine dingen gelukkiger maak. Misschien werken ze ook voor jullie?

  • Ik tel auto’sI know, klinkt autistisch, is het vermoedelijk ook een beetje. Als het écht erg is en ik dringend rust in mijn hoofd nodig heb, tel ik alle auto’s die ik op mijn fietstochtje tegenkom van en naar het werk. Wel auto’s van bepaalde merken: BMW, Mercedes, Mini Cooper, Audi, Porsche, … De duurdere merken dus. Kijk, ik mag snob zijn om mij relaxter te voelen vind ik. De light-versie (die ik héél regelmatig doe, wanneer ik naar het werk fiets en eigenlijk geen zin heb om te gaan werken) bestaat uit het tellen van auto’s waar ik een coup de foudre van heb. Mini Coopers in alle soorten en maten (behalve cabrio’s, die vind ik lelijk), een keitoffe kleur op een leuke auto, een auto waar je hart ‘oooooh’ van zegt. Ik vermoed dat dit gewoon een manier is om meer op mijn omgeving te letten, maar ik vind het wel leuk, vooral omdat ik het met een heel positief gevoel associeer.
  • Onlangs zat ik er op het werk in de voormiddag even door. Rotmail gehad, frustraties, geen manier om mij af te reageren. Ik heb gebruik gemaakt van het feit dat ik zo dicht bij huis woon, ben tijdens mijn pauze naar huis gefietst en heb de laatste tien minuten van Pitch Perfect 2 opgezet op Netflix. Een goed huilrondje later en ik voelde mij al een pak beter. Yes, I’m emotional. 
  • Soms kan je niet weg. Moet je even kunnen vluchten in je hoofd. Ik heb tonnen liedjes (uit musicals, van de radio, van het koor) in mijn hoofd zitten en als ik daar even op kan focussen gaat het ook weer beter.
  • Wanneer ik thuis ben en het rotgevoel mij daar te pakken krijgt, installeer ik mij mét dekentje en snacks allerhande (nee, ik tel geen calorieën) in de zetel en leg mij neer. Nog de meest comfortabele optie van allemaal maar helaas ook de minst gebruikte, want thuis is dat blah-moment minder aanwezig (oef!).

En jullie? Hebben jullie nog tips ‘n’ tricks?

Standard
emoties, General blabla

Summertime Tag

Via Josie leerde ik deze kennen en ik vond hem wel leuk. Welaan dan, mijn #SummertimeTag antwoorden! (ja, ik ben zo één die met #hashtags smijt op Instagram)

Wat is je zomerplanning? Ga je op vakantie?

In juli en augustus had/heb ik geen wilde plannen, buiten een weekendje Londen voor de eindconcerten van Adele. Daarbij zijn dan uiteindelijk nog last-minute een weekendje Franse Ardennen, een weekendje Belgische Ardennen en een weekendje zee gekomen. Als die er niet waren geweest was het ook goed: ik heb tot nu toe vooral veel genoten van de rust die er komt wanneer je vaste hobbies even stilliggen. In september gaan we drie weken naar de Westkust van Amerika. #yolo

Wat is je favoriete zomerse gerecht, wanneer het echt warm is?

Gazpacho. Tot ik er ziek van word. En dan aardappelsla, een kippenbilletje op de BBQ en mangochutney van een vriendin. En lekker versgemaakt ijs als dessert. Oei, da’s geen dessert, da’s een menu.

Wat mag er in de zomer niet ontbreken in je kledingkast?

Sinds deze zomer heb ik jumpsuits ontdekt die comfortabel én betaalbaar (dank u H&M) zijn. Ook dank u mama trouwens: zij vond dat mijn shortjes er verschrikkelijk uitzagen en ging mee shoppen voor die jumpsuits (ik heb die shortjes nog steeds trouwens).

Zwemmen of zonnen?

Als ik moet kiezen: zonnen. Maar dan liefst onder een parasol en met optie om ergens onder een afdak in een hangmat/bed te kruipen. Ik ben geen waterrat, hoewel dat als kind blijkbaar anders was.

Strand of zwembad?

Zwembad! Geen zand dat kruipt waar het niet gaan kan, geen wind die datzelfde zand in mijn eten strooit, proper water (min of meer) en een privé-gevoel.

Wat is je make-up look in de zomer?

Dezelfde look als tijdens de rest van het jaar: een onbestaande. Ik draag geen make-up, vind dat vooral lastig en een beetje overbodig. Ik doe wel meer een poging om crème te smeren tijdens de zomer (buiten zonnecrème dan, dat doe ik wel vrij flink) om mijn huid toch iets gezonder te houden.

Wat is het ultieme zomergevoel?

‘s Ochtends buiten ontbijten, ‘s avonds buiten eten, ‘s middags op een terrasje lunchen. Eten dus, maar dan buiten in plaats van binnen. En een mooie zonsondergang waar je gewoon naar kan blijven kijken en niet binnen moet vluchten voor de kou.

Wat is je favoriete zomerse uitstapje?

Een weekendje zee. Brood gaan halen bij de bakker, de dijk afwandelen, fietsen, uitslapen. En een ijsje van De Post.

In de zomer kan ik niet zonder…

Mijn zonnebril! Vroeger droeg ik een bril en veranderden mijn ogen te veel van sterkte om een zonnebril op sterkte aan te schaffen waardoor ik nooit een zonnebril droeg (of zo’n gigantisch grote die ik over mijn bril kon zetten). Sinds mijn lenzen (en mijn betaald werk) heb ik mij een Ray-Ban gekocht die al vijf jaar meegaat. Dikke liefde!

Standard
emoties, General blabla, Trouw

Samenwerkend vennootschap

De wederhelft was een week weg. Ik keek echt uit naar die week. Gewoon een week me-time, met eigen beslissingen volgens de manier waarop mijn hoed stond en niet aftoetsen met iemand anders en niet moeten dubbelchecken. Klonk geweldig. Was ook geweldig, voor het overgrote deel van de tijd.

Er was echter een klein deeltje tijd dat ik niet geweldig vond. Dat klein deeltje had ook een impact op mij, merkte ik; meer dan ik in gedachten had in ieder geval. Voordeel: na acht jaar samen zijn ben ik hem nog niet beu. Nadeel: zeven dagen zonder wederhelft, dat zou ik toch aan moeten kunnen? Hoe aanhankelijk en afhankelijk ben ik eigenlijk wel niet?

Pas op, ik schilder het nu zwart-wit af: ik overleef perfect zonder man. Ik lig niet snikkend in bed, bestook hem niet met smsjes en telefoontjes en het is niet alsof ik niet kan functioneren. Ik heb afgesproken met vrienden, ben in mijn eentje naar de cinema getrokken (twee keer: één keer voor Wonder Woman, één keer voor Baby Driver – allebei goeie films). Maar sommige punten waar ik heel trots op ben werden toch gekrenkt en dat had ik niet verwacht.

Case in point: mijn gezonde levensstijl. Ik ben altijd de persoon die denkt aan groentjes eten, aan fruitgehaltes hoger krikken, aan wandelen en vroeg gaan slapen. Altijd. Ik wil niet weten hoe vaak ik al niet vanuit de slaapkamer naar de wederhelft heb geroepen dat hij nu écht naar bed moest want dat ik wou slapen. Hoe vaak ik al niet lag te slapen wanneer hij naar boven kwam. Hoe lang zijn gezicht soms kan zijn wanneer ik hem meer groenten voorschotel dan hij in gedachten had. En wat doe ik wanneer ik eindelijk vrij spel heb? Ik lig niet voor middernacht in mijn bed, ontbijten is quasi onbestaande en beweging beperkt zich tot neerploffen in de zetel. Ik snap het niet. Het vreemdste van al: zaterdag bedacht ik mij dat de wederhelft zondag ging thuiskomen en ik ging gezonde inkopen doen. Ik maakte soep, bedacht manieren om groenten in dat weekmenu te verstoppen en was weer aan het wandelen. Waarom doe ik dat niet wanneer hij weg is?

Soms snap ik mijn eigen hoofd niet. Maar het is voor mij dus wel bewezen: het samenwerkend vennootschap, wij zijn daar deel van. Ik organiseer het huishouden, de agenda, zorg ervoor dat er gekuist wordt (niet door mij, maar kom) en zit achter zijn veren om ervoor te zorgen dat hij kan blijven voortdoen. Hij doorprikt alle zorgenballonnetjes die ik oplaat, houdt mij rustig wanneer ik mij opboei en draagt een zware job met heel veel verantwoordelijkheid waardoor wij ons huis hebben kunnen kopen. Ik ploeter en wroet te veel, hij bijt zich te vast in zijn gewoontes. We balance each other. En God, wat was ik blij toen hij weer door die deur gestapt kwam. Tijd voor mezelf, allemaal goed en wel. Maar tijd samen, dat is toch ook dikke liefde.

Standard