General blabla, Projectjes, Reizen, Sport, Veertig dagen bloggen

Mijn weekje in La Plagne

Sinds gisterenavond (rond 18h) zijn we weer thuis. Geen gebroken benen, geen gekneusde ledematen (de wederhelft klaagt wel over een knie, maar werd onderuit geskied door twee skikindjes-in-wording en kan wel perfect stappen, dus ik schiet niet in paniek), veel rust in het hoofd gevonden.

En skiplezier, dat ook. Ik kan echt met mijn hand op het hart zeggen dat ik mij dagelijks zeker een uur of vier heb geamuseerd op mijn ski’s. Nog nooit voorgevallen, zoals ik in die eerdere blogpost al duidelijk maakte. Ik ga zelfs niet spreken over ‘zotjes’, het is gewoon hallucinant. Het hielp ook wel dat er heel veel sneeuw lag. Zoveel sneeuw dat de skileerkrachten er zelf versteld van stonden (en uiteraard heel gelukkig waren, dat ook).

Wat nog meer hielp was dat die skileerkrachten (van de Reflex Ski School, boek hen als je les wil nemen want die zijn allemaal supergoed en vriendelijk en lach eens vriendelijk naar Jean Christophe van mij? Zo’n schatje) perfect wisten dat ik een grote bangeschijter ben op de skilatten. Ik wil controle, ik wil absoluut géén snelheid (hmm. Volgens de ski-app heb ik toch wel iets meer dan 50 kilometer per uur gehaald als topsnelheid), ik haat harde sneeuw. De twee leerkrachten die ik heb gehad hebben daar allebei perfect rekening mee gehouden en mij ook nog eens alleen maar blauwe pistes laten doen én mij toch laten vooruitgang boeken. Meer van dat!

De rust in het hoofd was er vaak tijdens het skiën, behalve wanneer het te steil naar mijn zin was of wanneer ik geen tien meter voor mij uit kon zien. Skiën en ik, wij zijn dan echt geen vriendjes. Maar die rust was er nog meer wanneer ik vanop het (ijskoude) balkon van de hotelkamer naar de besneeuwde bossen keek, de vallende sneeuw bewonderde of gewoon even genoot van mijn dagelijks dutje of lang bad. Ja, ik doe dagelijks een dutje op skivakantie. Ik stop meestal met skiën rond 16h, keer dan terug naar het hotel, doe mijn skikleren uit en kruip dan mijn bed in met een boek en een heerlijk warm gevoel (heb ik al vermeld dat het gemiddeld -5° of kouder was? Nee? Mijn benen waren iedere keer ijskoud als ik ergens warm binnenstapte). De anderen verklaren mij zot maar ik vind dat zalig. Dat betekent ook dat ik in combinatie met de vroege nachtrust en het tijdig opstaan ‘s ochtends heerlijk uitgerust terugkom van vakantie. Dat is uiteraard weer verdwenen na de eerste werkweek, maar ik heb het toch maar gehad. Ik denk dat ik deze week aan een kleine 9 uur zat als gemiddeld aantal slaapuren. Ik droom daarvan, van dat gemiddelde.

Conclusie? Het zat goed, deze week. De wederhelft was blij want ik heb me echt goed gevoeld op de latten, ik ben blij want ik heb mij goed gevoeld op die latten én ben volledig bijgeslapen én ik heb vandaag nog verlof. Hoeveel beter kan het worden? (dat kleurtje is er niet van gekomen, hoewel we ook zeker zon hebben gezien. Ik ben ook niet rood geworden, dus da’s ook al niet slecht)

Ik doe mee met het #veertigdagenbloggen-project van Katleen van Verbeelding. Hier kan je de lijst met andere deelnemers terugvinden! 

Advertisements
Standard
emoties, Projectjes, Reizen, Sport, Veertig dagen bloggen

De jaarlijkse skitrip

Wanneer jullie dit lezen, zit ik normaal gezien al ergens in Frankrijk. Beter gezegd: lig ik ergens in Frankrijk, want de heen- en terugrit richting Alpen ziet C. meestal diep weggezakt op de achterbank dutjes doen. Ideaal. En lezen, dat ook. Ik spaar boeken op voor de lange ritten, want hoe doe je dat anders? Toch niet babbelen met mensen rondom jou zeker? Tss.

We gaan voor de derde keer naar La Plagne, een skigebied waar veel blauwe pistes zijn (hiphoi!), net zoals rode en zwarte (boe – die zijn voor de wederhelft, zijn zus en neef). We zitten daar ook telkens in hetzelfde hotel, hoewel we echt ons best doen om eens iets anders te kiezen. Dat komt dan toch altijd duurder/slechter/verder uit dan verwacht, dus blijven we maar waar het goed is. Omdat we trouwens zo’n fans zijn van La Plagne, keren we er deze zomer terug om te gaan wandelen – lijkt me wel leuk om dan te zoeken naar de pistes waar we vijf maanden eerder afkwamen.

Vorig jaar was ik flink en heb ik lessen op de mat genomen voordien, kwestie van minder gecrispeerd op die latten te staan (nee, het is niet mijn favoriete sport). Dat is er dit jaar niet van gekomen, door drukke weken en gewoon geen zin. Wel neem ik terug privéles in het skigebied zelf, dus ik laat mezelf niet volledig gaan. We gaan voor zeker een vol uur skiplezier (in totaal, per dag is dat een illusie vrees ik)!

Ik kan erover zagen, maar het punt blijft wel: ik vind die vakantie wel tof. OK, het skiën ligt me niet echt, maar die natuur wél. De rust, dat zonnetje, de sneeuw, het cocoonen ‘s avonds en een hele dag buiten zijn: ik ben daar volledig fan van. En ik kom dus ook wel opgeladen terug. De liefde voor het skiën is er helaas nog niet. Misschien ooit wel?

In deze vastentijd doe ik mee met #veertigdagenbloggen, met dank aan Verbeelding. Join us!

Standard
Sport

Joggen in 2018

Ik doe het nog steeds. Niet altijd even regelmatig (momenteel weer wel, want die 10 miles lopen zichzelf niet), maar wel relatief regelmatig. Met af en toe een pauze van bijna twee maanden, sssst. Mijn bevindingen:

  • Het blijft lastig. Ik sta nog steeds niet te springen om te vertrekken. Ik blijf nog steeds liever in de zetel plakken. De aard van het beestje waarschijnlijk.
  • De runners’ high is mij nog niet bekend. Wat ik wél merk is dat mijn hoofd leeg is tijdens het lopen. Serieus: ik kan vertrekken met een bepaald prangend idee in mijn hoofd, om een half uur of later thuis te komen en eigenlijk helemaal daar niet aan gedacht te hebben. Ik denk gewoon niet na over dingen tijdens het lopen en dat is vaak heel aangenaam.
  • Ik luister niet meer naar muziek tijdens het lopen. Zotjes, want eigenlijk doe ik dat wel: op één of andere manier springt er altijd wel een liedje in mijn hoofd wanneer ik vertrek, en op dat tempo blijf ik dan lopen. Tegen het einde van de rit ben ik wel halfzot door dat liedje, want ik hoor altijd maar een bepaald deel in mijn hoofd. Argh.
  • Ik moet ergens toch wel wat conditie opgebouwd hebben ondertussen. Nee?
Standard
Cultuur, emoties, Entertainment in het algemeen, Eten, Film, Het dagelijks overleven, Muziek, Sport

Watskeburt: december

De laatste van het jaar. Gah. Maar ik hou mijn mond over maanden en jaren die snel passeren. Ze passeren toch.

Wat heeft de maand december voor ons in petto?

  • De maand start fantastisch met het opsnuiven van kerstsfeer in Disneyland Paris. Kan niet missen. Die kerstcadeaus kopen zichzelf toch niet zeker?
  • Er wordt hard gerepeteerd, want zowel de wederhelft als ik zingen kerstconcerten deze maand. Ik heb zelfs een kleine solo (en een mengeling van hoera! en aaaaaaah! qua emoties hierdoor ;-))
  • Ik trek naar het Sportpaleis om Samson en zijn Gertje te gaan bewonderen
  • Mijn jongste zus geeft een concert in Gent met het GUHO
  • Er komen vrienden bij ons eten x 2: één keer ‘s avonds, één keer brunch
  • We zetten de kerstboom in het weekend na Sinterklaas
  • Ik ga met mijn ouders naar een concert voor Europalia én een kerstconcert
  • Ik ga met dezelfde ex-collega waarmee ik naar Samson & Gert ga ook naar Mozart: The Musical (en voordien sushi eten met haar en de huidige collega’s)
  • Naar het schijnt is er een Star Wars-film die uitkomt. Heb ik al gemeld dat er een overenthousiaste wederhelft in huis rondloopt die ook een Star Wars-adventskalender heeft?
  • Er is ook nog een kerstconcert van een goede vriend van ons.
  • In het kader van Music for Life wordt er een Warmathon georganiseerd in Antwerpen waarvoor ik mij ingeschreven heb samen met de buren.
  • En 3 kerstfeesten.
  • En 3 nieuwjaarsfeesten.

Als ik meld dat ik de eerste week van januari verlof heb genomen, dan vergeven jullie mij dat toch he? Het belooft een warme, enthousiaste en muzikale maand te worden.

Standard
Het dagelijks overleven, Sport

Wandel eens een marathon

Het was poging twee deze keer: vorig jaar liet ik mij oppikken tegen kilometer 21 door heuppijn, deze keer ging ik er alles tegenaan smijten om voorbij die kilometer 21 te geraken. Met succes: ik haalde kilometer 36.

Jup, op kilometer 36 was het schlüss en kwam mijn broer mij oppikken met de auto (de rest van het gezelschap haalde de finish, al was het met veel pijn en afzien – ik ben blij dat ik het niet getrokken heb). Maar: ik heb wél een medaille behaald! De wederhelft is zo fantastisch schattig geweest om terug naar de mensen van de organisatie te strompelen na zelf over de finishlijn te geraken en hen te vragen of ik ook geen medaille kreeg, met mijn 36 kilometer. Is dat nu té lief of ben ik gewoon verblind door de hartjes in mijn ogen? Anyway: ik heb thuis nu een medaille liggen. Mission accomplished! 

Het was warm gisteren. Echt ongelooflijk warm. Ik liep met een kuitbroek (om zo weinig mogelijk vlees verbrand te zien, wat gelukt is), een hoedje en om de 2 uur een laag zonnecrème. Regelmatig kregen we water toegestoken en ik heb twee liter water zelf binnengegoten tijdens die tocht, maar toch was ik vanaf kilometer 32 een slappe vod. Ik heb (met hulp van de wederhelft die mijn rugzak overnam) nog 4 kilometer bijgelopen, maar toen was het vat volledig af. Vermoedelijk had ik een kleine zonneklop (vanaf het moment dat ik thuis kwam heb ik felle hoofdpijn gekregen en die laatste kilometers stond ik niet meer zo vast op mijn voeten).

Het moet een hilarisch zicht geweest zijn eens de wederhelft en ik terug thuis waren: we hebben met ons tweeën door het huis gestrompeld en ik heb er even écht aan getwijfeld om de trap op handen en knieën te beklimmen en op de poep af te gaan. ‘t Is niet zo ver gekomen, maar toch: de mindset was er. Deze morgen ging het mij gelukkig al wat beter af, maar ook de collega’s grinniken af en toe eens. Het is hen gegund: ik zou hetzelfde doen in hun plaats.

Ik heb bijna een marathon uitgewandeld. Wat heeft me dat geleerd?

  • Wandelschoenen zijn een must. Zonder was ik nooit tot die 36 kilometer geraakt.
  • Water is het schoonste goed. Sportdrank ook.
  • Eentje is meer dan genoeg. Ik ga mij volgend jaar niet opnieuw kwellen. Ik zal wél klaarstaan als bezemwagen wanneer dat nodig zou zijn, maar ik ga mij niet er opnieuw doorsleuren. ‘t Is goed geweest!
  • Wanneer mijn lichaam ‘stop’ zegt, moet ik sneller luisteren. Misschien dat ik dan net iets vlotter thuisgeraakt zou zijn. #au
  • 10 miles lopen zou moeten gaan met mijn voeten en benen, héél misschien dat ik ooit tot 25 kilometer zou kunnen geraken als ik daar écht zin in had om daarvoor te trainen, maar 42 kilometer is echt geen optie: de marathon laat ik bij deze met veel plezier aan mijn neus voorbij gaan.

Het experiment is afgelopen, mijn stappenteller werd gisteren zot (meer dan 50000 stappen). Alles OK voor de rest, al hobbel ik dus nog steeds wat rond.

Standard
emoties, Het dagelijks overleven, Sport

Waarom joggen goed voor mij is

Uiteraard is joggen (en sporten in het algemeen) goed voor de mens. Maar waarom specifiek voor mij?

  • Ik voel me beter. Fysiek, ja, maar ook mentaal. En dan niet van die zogenaamde runner’s high (nog niks van gemerkt), maar wel omdat ik dan een doel heb behaald: weer eens gaan lopen. Nooit gezegd dat ik niet egoïstisch kon zijn 😉
  • Ik word er rustig van. Niet dat ik anders zo’n stresskip ben, maar zondag ging ik lopen en heb ik een klein uurtje lang gewoon in mijn hoofd lopen zingen (mijn iPod was ik thuis vergeten). Zalige therapie, vooral als je dan nog wat enthousiaste hondjes weet passeren.
  • Het is flexibel. Begin- en einduur liggen niet vast en het kan eender waar en wanneer. OK, dat is soms ook een nadeel (want die zetel ziet er dan zo goed uit ‘en joggen kan morgen ook nog wel’), maar als ik merk dat het niet gaat of net wél supergoed, dan kan ik gemakkelijk langer lopen of gewoon stoppen en voortwandelen. Het ritme van mijn lichaam volgen, quoi. Nooit gedacht dat ik ooit zou kunnen zeggen dat mijn benen goed zaten, trouwens. Speciaal gevoel 😉
  • Ik drink veel gemakkelijker na het joggen dan anders. Op het werk staat mijn waterfles voortdurend naast mij, om mij eraan te doen denken dat ik moet drinken. In het weekend gaat dat waterdrinken radicaal achteruit, maar door het joggen voel ik mijn lichaam snakken naar drank. Dat is dan vaak een halve liter Aquarius, maar dat lijkt me nog steeds beter dan gewoon niet drinken.
  • Wanneer ik een toffe sportoutfit koop, voel ik mij een pak minder schuldig. Ik gebruik ze namelijk nu (en soms gaan die kapot in het wasmachine, vooral als het gratis t-shirts zijn), dus mag er af en toe iets nieuw in de kast verschijnen.
  • Ik heb terug een sportdoel. Ik ga voor de 10 Miles in 2018. Dat geeft mij nog een jaar (min of meer) om aan 16 kilometer te geraken. Momenteel staat het record op 10 kilometer in één keer, maar over het algemeen blijf ik hangen op 8 kilometer. Ik zou mij daar slecht over kunnen voelen (plus: het gaat nog steeds ont-zet-tend traag), maar langs de andere kant kan ik wél netjes melden dat ik meestal ‘maar’ 8 kilometer loop. In één keer. Daar had ik een paar jaar geleden alleen nog maar van kunnen dromen. Ik mag dus trots zijn op dat lijf van mij, want het doet toch maar netjes wat ervan gevraagd wordt.
  • Als ze mij nu vragen wat ik van sport doe, kan ik zonder verpinken zeggen dat ik jog. Opnieuw: jaren geleden dat ik dat (eerlijk) kon zeggen, buiten een periode in 2016 teniet gelaten.

Ik ga nog steeds niet uit plezier sporten. Het is nog steeds tegen mijn goesting en levert mij ook niets op: geen slanker lijf, geen verbazingwekkende conditie (C. speelt nog steeds tomaat na een rondje lopen), geen adorerende hordes fans langs de zijkant. Maar de wederhelft is altijd trots wanneer ik gelopen heb en het schuldgevoel over de chocolaatjes op het werk gedurende de dag verdwijnt toch langzamerhand. Ahja, want ik loop.

Standard