emoties, General blabla, Trouw

Samenwerkend vennootschap

De wederhelft was een week weg. Ik keek echt uit naar die week. Gewoon een week me-time, met eigen beslissingen volgens de manier waarop mijn hoed stond en niet aftoetsen met iemand anders en niet moeten dubbelchecken. Klonk geweldig. Was ook geweldig, voor het overgrote deel van de tijd.

Er was echter een klein deeltje tijd dat ik niet geweldig vond. Dat klein deeltje had ook een impact op mij, merkte ik; meer dan ik in gedachten had in ieder geval. Voordeel: na acht jaar samen zijn ben ik hem nog niet beu. Nadeel: zeven dagen zonder wederhelft, dat zou ik toch aan moeten kunnen? Hoe aanhankelijk en afhankelijk ben ik eigenlijk wel niet?

Pas op, ik schilder het nu zwart-wit af: ik overleef perfect zonder man. Ik lig niet snikkend in bed, bestook hem niet met smsjes en telefoontjes en het is niet alsof ik niet kan functioneren. Ik heb afgesproken met vrienden, ben in mijn eentje naar de cinema getrokken (twee keer: één keer voor Wonder Woman, één keer voor Baby Driver – allebei goeie films). Maar sommige punten waar ik heel trots op ben werden toch gekrenkt en dat had ik niet verwacht.

Case in point: mijn gezonde levensstijl. Ik ben altijd de persoon die denkt aan groentjes eten, aan fruitgehaltes hoger krikken, aan wandelen en vroeg gaan slapen. Altijd. Ik wil niet weten hoe vaak ik al niet vanuit de slaapkamer naar de wederhelft heb geroepen dat hij nu écht naar bed moest want dat ik wou slapen. Hoe vaak ik al niet lag te slapen wanneer hij naar boven kwam. Hoe lang zijn gezicht soms kan zijn wanneer ik hem meer groenten voorschotel dan hij in gedachten had. En wat doe ik wanneer ik eindelijk vrij spel heb? Ik lig niet voor middernacht in mijn bed, ontbijten is quasi onbestaande en beweging beperkt zich tot neerploffen in de zetel. Ik snap het niet. Het vreemdste van al: zaterdag bedacht ik mij dat de wederhelft zondag ging thuiskomen en ik ging gezonde inkopen doen. Ik maakte soep, bedacht manieren om groenten in dat weekmenu te verstoppen en was weer aan het wandelen. Waarom doe ik dat niet wanneer hij weg is?

Soms snap ik mijn eigen hoofd niet. Maar het is voor mij dus wel bewezen: het samenwerkend vennootschap, wij zijn daar deel van. Ik organiseer het huishouden, de agenda, zorg ervoor dat er gekuist wordt (niet door mij, maar kom) en zit achter zijn veren om ervoor te zorgen dat hij kan blijven voortdoen. Hij doorprikt alle zorgenballonnetjes die ik oplaat, houdt mij rustig wanneer ik mij opboei en draagt een zware job met heel veel verantwoordelijkheid waardoor wij ons huis hebben kunnen kopen. Ik ploeter en wroet te veel, hij bijt zich te vast in zijn gewoontes. We balance each other. En God, wat was ik blij toen hij weer door die deur gestapt kwam. Tijd voor mezelf, allemaal goed en wel. Maar tijd samen, dat is toch ook dikke liefde.

Advertisements
Standard