Het dagelijks overleven, Sport

Wandel eens een marathon

Het was poging twee deze keer: vorig jaar liet ik mij oppikken tegen kilometer 21 door heuppijn, deze keer ging ik er alles tegenaan smijten om voorbij die kilometer 21 te geraken. Met succes: ik haalde kilometer 36.

Jup, op kilometer 36 was het schlüss en kwam mijn broer mij oppikken met de auto (de rest van het gezelschap haalde de finish, al was het met veel pijn en afzien – ik ben blij dat ik het niet getrokken heb). Maar: ik heb wél een medaille behaald! De wederhelft is zo fantastisch schattig geweest om terug naar de mensen van de organisatie te strompelen na zelf over de finishlijn te geraken en hen te vragen of ik ook geen medaille kreeg, met mijn 36 kilometer. Is dat nu té lief of ben ik gewoon verblind door de hartjes in mijn ogen? Anyway: ik heb thuis nu een medaille liggen. Mission accomplished! 

Het was warm gisteren. Echt ongelooflijk warm. Ik liep met een kuitbroek (om zo weinig mogelijk vlees verbrand te zien, wat gelukt is), een hoedje en om de 2 uur een laag zonnecrème. Regelmatig kregen we water toegestoken en ik heb twee liter water zelf binnengegoten tijdens die tocht, maar toch was ik vanaf kilometer 32 een slappe vod. Ik heb (met hulp van de wederhelft die mijn rugzak overnam) nog 4 kilometer bijgelopen, maar toen was het vat volledig af. Vermoedelijk had ik een kleine zonneklop (vanaf het moment dat ik thuis kwam heb ik felle hoofdpijn gekregen en die laatste kilometers stond ik niet meer zo vast op mijn voeten).

Het moet een hilarisch zicht geweest zijn eens de wederhelft en ik terug thuis waren: we hebben met ons tweeën door het huis gestrompeld en ik heb er even écht aan getwijfeld om de trap op handen en knieën te beklimmen en op de poep af te gaan. ‘t Is niet zo ver gekomen, maar toch: de mindset was er. Deze morgen ging het mij gelukkig al wat beter af, maar ook de collega’s grinniken af en toe eens. Het is hen gegund: ik zou hetzelfde doen in hun plaats.

Ik heb bijna een marathon uitgewandeld. Wat heeft me dat geleerd?

  • Wandelschoenen zijn een must. Zonder was ik nooit tot die 36 kilometer geraakt.
  • Water is het schoonste goed. Sportdrank ook.
  • Eentje is meer dan genoeg. Ik ga mij volgend jaar niet opnieuw kwellen. Ik zal wél klaarstaan als bezemwagen wanneer dat nodig zou zijn, maar ik ga mij niet er opnieuw doorsleuren. ‘t Is goed geweest!
  • Wanneer mijn lichaam ‘stop’ zegt, moet ik sneller luisteren. Misschien dat ik dan net iets vlotter thuisgeraakt zou zijn. #au
  • 10 miles lopen zou moeten gaan met mijn voeten en benen, héél misschien dat ik ooit tot 25 kilometer zou kunnen geraken als ik daar écht zin in had om daarvoor te trainen, maar 42 kilometer is echt geen optie: de marathon laat ik bij deze met veel plezier aan mijn neus voorbij gaan.

Het experiment is afgelopen, mijn stappenteller werd gisteren zot (meer dan 50000 stappen). Alles OK voor de rest, al hobbel ik dus nog steeds wat rond.

Standard